5 topics
#importtarieven

Nederland exporteert patatoorlog naar de rest van de wereld

Het debat in Nederland is gepolariseerd. Families, vrienden en collega's staan tegenover elkaar als het gaat om de grote thema's van deze tijd. Is dit land gebaat bij mensen die de juiste taal niet spreken, kunnen we ooit nog bij elkaar komen, welke rol spelen politici in dit debat en moeten we de verschillen wel zo sterk benadrukken? Met andere woorden: is het nu patat of friet? Helaas is dit niet de enige oorlog die over de ruggen van patates frites wordt gevoerd. Veurwaer neen! Nederlandse patat ligt onder vuur. Zuid-Afrika heeft de grenzen praktisch dichtgegooid voor Nederlandse friet, Brazilië deed hetzelfde en nu dus ook Colombia. Door importheffingen kan de superduper state of the art patat uit Nederland daar niet meer tegen de artisenale frietmakers op. Het Colombiaanse argument is dat Nederland zijn aardappelreepjes in diepgevroren vorm dumpt op hun markten, zodat hun eigen producenten worden weggeconcurreerd. De Nederlandse patatwereld is het zat en de polletiek doet niets - en dat terwijl 'aardappelen en groenten  verdorie exportproduct nummer 9 zijn'. Colombia neemt geen halve maatregelen: 'Aviko kreeg een belasting van 3,5 procent opgelegd, andere Nederlandse fabrikanten een belasting van 44 procent'. Colombia heeft niet alleen Nederland op de korrel, maar ook België en Duitsland. Dus Europese frietproducenten willen dat Brussel ingrijpt, maar Brussel moet uitkijken. Protectionistische maatregelen als anti-dumpingrechten zijn namelijk ook een favoriet speeltje van de EU. Zo houden we op die manier zoveel mogelijk Chinees staal van de Europese markt. Als de Chinezen erachter komen dat de EU ineens heel selectief omspringt - terecht of niet - met anti-dumpingmaatregelen en daar andere landen voor op het matje roept, zouden de Chinezen zomaar kunnen komen drammen over het Europese protectionisme waar zij mee te maken hebben. Dan winnen we misschien de oorlog over patat/friet, maar worden we overspoeld door Chinees staal. Maar goed, misschien is het tijd dat we speciaal voor de Colombianen eens een lijntje in het zand trekken.

Rwanda heft importtarieven op uw tweedehands kleding

Wellicht leeft u in de veronderstelling dat de bevolking van Afrika een levende advertentie is voor de afgeprijsde versie van de Oekraïense Wehkamp. Of wellicht denkt u dat de mode er gewoon een tikje achterloopt en dat uw kledingzakken helpen het lompenproletariaat aldaar extra kleurig te kleden. De werkelijkheid is anders. Het lompenproletariaat aldaar blijft namelijk het lompenproletariaat juist doordat u kleding stuurt. Afgedankte kleding die u niet langer past doordat de mode verandert of doordat geheimzinnige wezentjes uw kleding steeds kleiner lijken te maken, is geen zegen voor Afrikaanse landen. Het voelt goed om de kledingbox vol te mikken, maar dat wordt over de schutting gegooid in een continent dat liever zelf die kleding zou maken. Niemand kan concurreren met gratis, dus een kledingindustrie komt er niet van de grond. Het is zelfs zo ernstig dat verschillende Afrikaanse landen in 2016 importtarieven instelden voor Westerse tweedehandsjes. Maar ja, weldoenerij is ook een business dus de tweedehandslobby heeft de Amerikaanse regering ingefluisterd dat die tariefmuren zo snel mogelijk moesten worden afgebroken. En zo geschiedde. Behalve in Rwanda, dat land hield voet bij stuk. Het resultaat is helaas teleurstellend en hoewel geïmporteerde kleding stukken duurder is, is de binnenlandse kledingindustrie geen succesverhaal. Het is de vraag of de combinatie van vrijhandel en Afrikaanse kledingproductie een houdbare combinatie is, maar tot in de jaren tachtig maakte Afrika gewoon zijn eigen kleding. Iets om over na te denken voor wie de volgende keer met een zelfvoldane glimlach en een zalvend gebaar de kledingbox volgooit.

Millennials keihard de sjaak door handelsoorlog

Kijk. Dat handelsoorlogje kunt u natuurlijk sec beschouwen als een conflict tussen landen of blokken van landen. Maar het is zoveel meer dan dat. Het bonnetje van de schermutselingen komt volgens chain supply-toko Flexport namelijk vooral bij Amerikaanse millennials liggen. Trump gooit vooral importtarieven op Chinese producten die populair zijn onder deze nimmer eenduidig gedefinieerde generatie. De geluksamulet van jongeren, de smartphone, blijft gespaard onder de huidige regelingen. Op de lijst van 1.300+ spullen staan wel gadgets als slimme met internet verbonden thermostaten en LED-verlichtingen van Philips Hue. Blijkbaar keipopulair onder de generatie die te laf is om een echte sigaret op te steken en daardoor last heeft van importheffingen op e-sigaretten. Deze digitale wonderkinderen worden ook geslachtofferd door hun voorliefde voor de on-demand-economie, aangezien alle elektrische scooters en fietsers allemaal van Chinees plastic zijn gefabriceerd. En zo hebben we te maken met een omgekeerd Henk Krol-effect. Het 'onderzoek' betreft wel de invloed op Amerikaanse millennials, maar hoe zit het met de Europese jongeren? Die komen evenmin ongeschonden uit de strijd. De meisjes van Glamour maken zich zorgen over duurdere Levi's, hipsterbrommer Harley Davidson wordt - mits ze niet op tijd verhuizen - ook duurder. Kroegtechnisch maakt het allemaal niets uit. Gin-tonics blijven buiten schot en Amerikaanse bourbons kunnen gewoon ingeruild worden voor Schotse of Ierse whisk(e)y. En de rest van het boodschappenmandje van de millennial komt gewoon uit Europa/China, niets aan de hand dus. 

Kan Amerika Chinese ideeëndieven tegengaan met importtarieven?

China heeft een bijzondere manier om in te lopen op het Westen: beg, steal or borrow. Nou ja, steal en borrow vooral. Chinese bedrijfsspionage is berucht en ingenieus. Natuurlijk spioneren ze ook in de klassieke zin om buitenlandse bedrijven technologische geheimen te ontfutselen, maar vaker doen ze het slimmer. 'U wilt zakendoen in China en producten wegzetten op onze enorme markt? Prima hoor, maar dan moet u wel deze waslijst aan gegevens met ons delen.' Buitenlandse bedrijven praten geen peop als ze vaststellen dat ze eigenlijk hun toekomstige concurrenten opleiden. Chinezen brengen daar tegenin dat deze bedrijven hun geheimen vrijwillig prijsgeven (in ruil voor het privilege zaken te mogen doen in China). Dit zint president Trump helemaal niet (en ook voorgaande Amerikaanse presidenten waren verre van enthousiast over deze praktijken). De importtarieven op staal en aluminium gaan voor een belangrijk deel terug op de strijd tussen Beijing en Washington om intellectueel eigendomsrecht. Ze zijn bedoeld als straf en pressiemiddel. Zijn importtarieven echter de beste manier om de Chinezen tot inkeer te brengen? Volgens Fortune niet: 'When theft of U.S. intellectual property occurs on our soil, the U.S. court system can provide recourse. When it happens outside of the United States, there are fewer options for American firms. Those that choose to do business abroad must abide by the rules in those countries, or by the rules in existing international trade and investment agreements. In principle, that’s none of Uncle Sam’s business—Americans should determine for themselves which pieces of their property wind up on the bargaining table when seeking to do business abroad.' Wat wel zou kunnen helpen is optrekken met andere ontwikkelde economieën die last hebben van de Chinese kopieermanie. De EU, Japan en Zuid-Korea hebben wat dit betreft hetzelfde belang als de VS. Samen leggen ze meer gewicht in de schaal en dat vergroot de kans dat je daadwerkelijk iets kan uitrichten tegen China. Maar ja, dan moet je internationale (handels)verdragen sluiten - en daar is Trump niet zo van.

Zo, dat wordt een gezellige handelsoorlog

Iedereen die het verder vrij matige boek 'Fire and Fury' heeft gelezen, weet dat als ook maar de helft ervan waar is, Trump niet in staat is om de consequenties van importtarieven te begrijpen. Laat staan een handelsoorlog. Toch komen die importtarieven op buitenlands staal (25%) en aluminium (10%) er weldra. Buiten een paar verdwaasde hardcore Trumpers en een handvol Democraten in het Congres, zijn de meeste Amerikaanse politici als de dood voor deze heffingen. Zij hebben de situatie namelijk wel doorgeschaakt en komen tot de eenvoudige conclusie dat handelsblokken als de EU of landen als China uiteraard hun eigen importheffingen zullen instellen.  En ze hebben gelijk, want Jean-Claude Juncker had weer eens wat diep in het glaasje gekeken en proclameerde met het kenmerkende pathos van een dronkaard: 'We can also do stupid'. Een handelsoorlog met de EU en China is niet in het belang van de VS. Maar het wordt nog vervelender als ook je directe buren boos op je worden. De importtarieven zullen namelijk de Canadese economie schaden en een bom leggen onder NAFTA, de vrijhandelszone tussen de VS, Canada en Mexico. Dit maakt duidelijk dat dit voorgenomen economische beleid ook politieke consequenties heeft. Je maakt er geen vrienden mee. Dat ondermijnt de Amerikaanse macht in de wereld, niet in de laatste plaats omdat Trumps beleid zelfs negatieve consequenties zou kunnen hebben voor het Amerikaanse militaire wezen. Zoiets 'simpels' aan importtarieven zouden dus de Amerikaanse veiligheid kunnen schaden. Zou Trump daarbij stilstaan?

Linktip: Energie vergelijken