88 topics
#cbs

Rutte III: neemt u zonnepanelen, alstublieft

De energietransitie, u kent hem. Om ooit helemaal over te schakelen van fossiele brandstoffen naar een duurzame energievoorziening is het wel zo handig dat de zonnepanelen des lands hun steentje bijdragen. Wat dat betreft is er goed nieuws: het zogeheten totale opgestelde vermogen aan zonnepanelen groeide vorig jaar met de helft van 1.500 megawatt naar 4.400 megawatt, meldt het CBS. Die groei ligt vooral bij bedrijven (71%) en in het bijzonder bij de constructie van zonneparken door het bedrijfsleven. Telde ons land in 2017 nog 22 zonneparken, daar was dat in 2018 alweer 65. Bij deze cijfers steekt de groei van zonnepanelen op woningen echter nogal magertjes af: 37%. Dat totale opgestelde vermogen was 2.300 megawatt, tegenover 1.680 megawatt een jaar eerder. Wat dat betreft is het toch opvallend dat het kabinet heeft besloten om de subsidieregeling voor zonnepanelen met drie jaar te verlengen tot 2023. Op die manier kunnen fans van zonne-energie hun zelf opgewekte stroom aftrekken van hun energiegebruik en hoeven ze dus minder energiebelasting te betalen. Heeft u al zonnepanelen of gaat u deze tijdens de regeerperiode van Rutte III nog aanschaffen, dan verdient u deze volgens het ministerie van Economische Zaken in gemiddeld zeven jaar terug. Na 2023 is het wel in stapjes finito met de zogenaamde salderingsregeling, maar het ministerie ziet zonnepanelen steeds goedkoper worden en het steeds interessanter worden om zonder subsidie de investering te maken. Mensen uit Almere kunnen deze boodschap overigens volledig aan zich voorbij laten gaan, want zij zijn tezamen nog steeds de absolute koploper qua zonnepanelen met een totaal van 28 megawatt. Amsterdam en Utrecht volgen met totalen van 26 megawatt. Meer uitleg over dit alles in videovorm vindt u na de breek.

Lees verder

Loongolf is leuk, maar prijzen stijgen harder dan u hebben kan

Heeft u tijdens de eerstvolgende kringverjaardag een cijfermatige onderbouwing nodig voor uw plichtmatige ‘en alles wordt ook maar steeds duurder hè’, dan moet u vandaag even uw licht opsteken bij het CBS. Zij becijferden dat in het eerste kwartaal van 2019 de CAO-lonen weliswaar stegen met 2,2% (zei daar iemand ‘loongolf’?), maar daar had u mogelijk geen reet aan, aangezien de consumentenprijzen in dezelfde periode stegen met 2,5%. Tja, dat schiet gevoelsmatig natuurlijk niet op, met de nadruk op gevoelsmatig want zoals de statici terecht stellenAls de cao-lonen minder hard stijgen dan de consumentenprijzen, betekent dit niet automatisch dat werknemers er reëel in koopkracht op achteruit gaan. Het nettoloon is namelijk ook afhankelijk van de veranderingen in de premies die werknemers betalen voor pensioen, sociale verzekeringen (inclusief zorg) en de loonheffing.’ Kan wezen, maar de cijfers bewegen zich niet de goede kant op, ook als u het vergelijkt met ons vorige bericht hierover (2,1% loonstijging vs. 1,7% consumentenprijzenstijging). Gelukkig komt het niet al te vaak voor dat de CAO-lonen de prijsstijgingen niet bij kunnen houden: het gebeurde de afgelopen vijf jaar maar één keer eerder, maar dat was vooral te danken aan de nogal lage inflatie en niet omdat de lonen nou zo hard stegen. Jammer dus FNV, kom er maar in! Sluiten we af met de macabere vaststelling van het CBS dat ‘op het niveau van de bedrijfstakken de lonen in de overige dienstverlening (waartoe onder meer de cao’s kappersbedrijf en uitvaartzorg worden gerekend) het meest toenamen, namelijk met 3,1 procent.’ Dus gratis carriere-advies: neem een schaar of spade ter hand als u de inflatie voor wilt blijven. 

Zo duur is huren dus ten opzichte van kopen

Huurders waren vorig jaar liefst 38,1% van hun besteedbare inkomen kwijt aan woonlasten. Woningeigenaren hebben het daarentegen een stuk beter voor elkaar met een zogeheten woonquote van 29%. Dat nogal forse verschil doet het CBS vanochtend uit de doeken op basis van een enquête onder 60.000 burgers. Daarmee is het verschil in gemiddelde woonquotes lekker opgelopen: in 2012 gold voor huurders nog 36,2% en voor kopers 32,5% (grafiek na de breek). Dat heeft allemaal weinig te maken met inkomensontwikkelingen en heel veel met wat de woonlasten deden. De totale woonlasten van huurders gingen sinds 2012 met 14% omhoog en dat is helemaal op het conto te schrijven van hogere huren. Die van huiseigenaren gingen daarentegen met 5% omlaag omdat ze prima konden profiteren van de historisch lage hypotheekrentes. Hierdoor stromen mensen ook lastiger door naar een koopwoning want daar is tegenwoordig meer spaargeld voor nodig. Dit alles kunnen we natuurlijk ook niet los zien van het verschil in belastingvoordeeltjes tussen beide groepen. Voor degenen die zich in de vrije sector begeven zit huursubsidie er niet in en kopers kunnen rekenen op subsidies als de hypotheekrenteaftrek. Hup slopen van die aftrek dus, waar Rutte III een beginnetje mee maakt. En die vrije sector dan? Daar blijft het nog wel even wild west. Woonminister Kajsa Ollongren zegt hard te werken aan de situatie in de middenhuur en werkt aan een soort van tijdelijke noodknop. Ze is alleen nog wel eventjes bezig met onderzoeken hoe ze dat kan combineren met het idee van een vrije markt. En zo concluderen we voorlopig dat de boel woonquote-gewijs nog wel even bij het oude blijft.

Lees verder

Hollandse huishoudens houden meer over. Ondanks schrapende overheid

De teltijgers uit Heerlen/Den Haag trakteren ons vandaag op een hoop cijfers. Niet alleen de bedrijfswinsten zijn gestegen, ook het totale reële beschikbare inkomen (dat wat men kan uitgeven of sparen) van huishoudens nam met 2,6% toe. Da's de sterkste groei sinds 2001. Maar, zo nuanceert het CBS, dat komt deels door de relatief lagere groei van het beschikbaar inkomen in 2017. Directeur-grootaandeelhouders mochten niet langer in eigen beheer pensioen opbouwen. De opgebouwde pensioentegoeden mochten met belastingkorting worden afgekocht, waardoor huishoudens relatief meer belasting betaalden in 2017 (en de overheid een meevallertje had). Desalniettemin waren er in 2018 meer banen en verdienden werknemers gezamenlijk €17,1 miljard meer dan een jaar eerder. Inkomsten uit collectieve pensioenregelingen, de AOW en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen stegen, terwijl men minder ontving uit werkloosheidsuitkeringen. Merkt het CBS verder nog even op dat het financieel vermogen van huishoudens eveneens is gestegen. Heeft u niet direct wat aan, want dat bestaat voornamelijk uit pensioenaanspraken. De waarde van deze afspraken is mede als gevolg van de gedaalde rekenrente gestegen. Gaan we nog even verder in mineur. De overheid haalde een overschot van €11 miljard op de begroting. Het overschot van anderhalve procent was een stukje hoger dan de 0,8% waar in de Miljoenennota 2019 van werd uitgegaan. Ondertussen steeg de belasting- en premiedruk naar een recordhoogte van 38,4%. 'De toename van de belastingen en premies in 2018 met 14 miljard euro kwam voor een groot deel door de btw, de vennootschapsbelasting en de loon-en inkomstenheffing.' Maar vlak de kleine belastingen - mede dankzij sommige tariefstijgingen - niet uit. 'Relatief sterk, elk met meer dan 10 procent, stegen de opbrengsten uit de dividendbelasting (lol!), de opslag op de energierekening, de overdrachtsbelasting, de accijnzen op tabak, de belasting van personenauto en motorrijtuigen (BPM) en de kansspelbelasting.' Ondanks het overschot stegen de overheidsuitgaven wel met €13 mrd (4,1%). Extra geld ging naar zorg, loonkosten voor ambtenaren, de Europese Unie en de wederopbouw van het kapotgewaaide Sint Maarten. Mag u hieronder nu suggesties doen voor uw favoriete belastingverlaging of extra overheidsuitgave. Wij gaan traditiegetrouw voor het vliegdekschip

Bedrijven boeken in 2018 de hoogste winst ooit



De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven kwam in 2018 uit op €255,0 miljard. Dat is het hoogste bedrag sinds het begin van de metingen in 1995 en €24,4 miljard meer dan in 2017, toen het vorige record werd gerealiseerd. Daarmee begint het CBS vandaag een vrolijke pagina over de recordwinsten die onze bedrijven het afgelopen jaar behaalden. Beginnen we met de definitie van de berekende winst: 'De brutowinst voor belastingen is gelijk aan de operationele winst plus het inkomen uit vermogen, zoals renteopbrengsten en dividenden, minus de betaalde rente en enkele betalingen aan de overheid, onder meer in verband met de aardgaswinning en erfpacht'. De reden dat de winsten zo gestegen zijn, hebben we te danken aan buitenlanders: 'De toename van de winst in 2018 was voor meer dan de helft toe te schrijven aan de winsten van buitenlandse dochters van Nederlandse bedrijven. Deze winsten waren €13,2 miljard hoger dan in 2017 (totaal 2018 was €68 miljard, red.). Enkele multinationals waren verantwoordelijk voor het leeuwendeel van deze toename'. Mag u zelf bedenken welke multinationals dat waren. Verder verklaart het deels (er zijn nog vele andere redenen) waarom de vennootschapsbelasting in Nederland om en nabij de €25 miljard oplevert en geen 25% x €255 miljard = €63,3 miljard, ofwel het statutaire hoge vpb-tarief x de winst voor belastingen. In het handige klikplaatje boven ziet u de winsten voor belastingen van bedrijven, exclusief de financiële sector. Deze sector, die wij hier gemakshalve inperken tot banken en verzekeraars, boert lekker maar het pré-GFC-niveau laat nog even op zich wachten.

Lees verder

Helaas. U profiteert niet van de economische groei

Die sobere conclusie trekt het CBS vanochtend. Tussen 2007 en 2017 zat er amper groei in het voor inflatie gecorrigeerde doorsnee persoonlijk inkomen - zet je alle inkomens van hoog naar laag, dan is dit de middelste - van werkenden. Werknemers kwamen uit op €35.200, zeer mager gezien de €34.100 uit 2007. Ook voor zelfstandigen zonder personeel was het geen vetpot: van €27.500 naar €28.000. Het doorsnee inkomen van zelfstandigen mét personeel daalde zelfs, van €50.100 naar €48.500. Dat ziet er dan, met gebruikmaking van een weinig spectaculaire grafiek, als volgt uit.



Lees verder

Vertrouwen in de economie stort steeds verder in

Het gaat al acht maanden niet zo goed met uw vertrouwen in de economie, schrijft het CBS vandaag. Met een stand van -4 duikelt dat zelfs onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar (-3). U ziet in het fraaie CBS-plaatje boven de cijfers die u in maart geeft aan de onderdelen van het consumentenvertrouwen. Zwart bijgekalkt hebben we de cijfers van vorige maand. CBS: 'Consumenten oordelen in maart negatiever over de economie dan in februari. De deelindicator Economisch klimaat daalt van 1 naar -3. Zowel het oordeel over de afgelopen als over de komende twaalf maanden verslechtert. Ook de koopbereidheid neemt iets af in maart. Deze deelindicator komt uit op -4, tegen -3 in februari. Consumenten zijn negatiever over hun financiële situatie in de afgelopen 12 maanden. Verder vinden zij de tijd voor het doen van grote aankopen minder gunstig'. Sluiten we af met de vraag waarom u niets is gevraagd over uw vertrouwen door het CBS: 'Maandelijks beantwoorden ongeveer 1.000 mensen de deelvragen in het bovenstaande plaatje, en dan vindt er een weging plaats om ervoor te zorgen dat het CBS zijn oren niet alleen naar zure mensen laat hangen, maar ook naar vrolijke. Alles en iedereen negatief leidt tot een stand van -100, iedereen manisch betekent +100'. Deze maand dus -4. Historisch consumentenvertrouwenplaatje na de breek. Het dieptepunt van -41 stamt uit maart 2013 en het hoogtepunt dateert alweer uit januari 2000, toen bleek dat de millenniumbug kapot was en ons vertrouwen een fiere 36 aantikte.

Lees verder

Goh. Schenkingen gaan vooral van rijke ouders naar rijke kinderen

Het doen van schenkingen blijft toch met name een hobby van de meest rijke klasse des lands. Dat blijkt piekfijn uit de schenkingscijfers van 2007 tot 2015 (late cijfers wegens lange fiscale afwikkeling en ICT-problemen) die het CBS vanochtend presenteert. Die geven geen totaalbeeld van het schenkingscircus, want het gaat hier louter om schenkingen waarvoor men aangifte deed bij de fiscus. Afijn, zo'n 80% van de schenkers en iets minder dan de helft van de gelukkige ontvangers behoorden bij de 20% meest vermogende huishoudens. Daarbij ging ongeveer 90% van al die schenkingen van ouder naar kind. Kijken we even verder naar de bedragen, dan zien we dat 80% van de geschonken berg geld kwam van die top-20%, en 60% van het ontvangen bedrag bleef in dat cohort. In totaal gaat het hier overigens om €4,5 miljard aan schenkingen per jaar. Da's dus éxclusief het erfenissencircus. Wijzen we u nogmaals even op iets anders: het uitslaan van de meters van de geregistreerde schenkingen in 2013 en 2014 door de verruimde schenkingsvrijstelling van een ton om de woningmarkt mee aan te jagen. In die jaren ging het in totaal om een slordige €10 miljard aan eenmalige schenkingen ten behoeve van de huizenmarkt. Ondertussen is de woningmarkttrein weer op full speed en dus afschaffen maar die vrijstelling en innen maar die €190 miljoen per jaar. Sowieso hup schenkbelasting, want behalve een stukje meer gelijkheid levert die ook nog eens meer loonbelasting op (onderzoekje). Reageert u met 'ja maar dubbele belastingheffing'? Af.

Lees verder

Goh. Voltijds werken is beste bescherming tegen armoe

Het leven telt talloze risico's, maar wie voltijds in loondienst werkt kan het armoederisico van het gevarenlijstje strepen. De bonentellers van het CBS becijferden dat in 2017 slechts een half procent van de voltijders risico liep op armoede. Om het armoederisico te bepalen hanteert het statistiekbureau een lage-inkomensgrens. Deze ligt voor alleenstaanden op een besteedbaar inkomen van €1.040 per maand en voor een (echt)paar met twee kinderen op €1.960. Van de werkenden in Nederland maakt 2,5% deel uit van een huishouden onder deze grens. In absolute getallen gaat dat om 188.000 landgenoten en da's een stuk lager dan het kwart miljoen in piekjaar 2013. Ondanks de economische opgang steeg in 2017 het aandeel zzp'ers met een laag inkomen van 8,1% naar 8,6%. Het grootste armoederisico is voor de deeltijdsondernemer (=max 24 uur buffelen per week). Van de part-time ondernemers met personeel lopen 3 op de 10 het gevaar te maken te krijgen met armoe, gevolgd door arbeidsschuwe zzp'ers (21,3%) en werknemers (6,2%). Vermelden we wel bij dat 4 op de 5 ondernemers-met-personeel voltijds werken en dat het geringe aantal uren niet altijd de schuld van de werknemer/zzp'er is. Ons land telt 585.000 arbeiders en 130.000 zzp'ers die meer uren/klanten willen. Net als werknemers lopen voltijds werkende werkgevers en zzp'ers weinig armoederisico (1,0 om 1,1%). Tenzij ze een golddigger trouwen, beleggen met geleend geld of hun volledige salaris in de fruitautomaat kieperen. Maar daarover heeft het statistiekbureau dan weer geen cijfers. Wel weten de rekenwonders te vertellen dat alleenstaanden en eenoudergezinnen meer risico lopen op armoede, wegens niemand die het schrale inkomen kan compenseren. Meer dat-had-u-zelf-ook-wel-kunnen-bedenken-cijfers vindt u bij het CBS

Arbeidsmarkt al vijftig jaar verstoord door het minimumloon. Mooi zo!

Gefeliciflapstaart allemaal! Nou, u natuurlijk niet, want u verdient natuurlijk meer, maar toch: het wettelijk minimumloon ziet Abraham! De onderkant van de Nederlandse arbeidsmarkt mag zich al 50 jaar verheugen op dit stukje beschaving. Vanaf 22 jaar en ouder kunt u, als u een voltijd baan van 40 uur hebt, gegarandeerd €1615,90 bruto per maand tegemoet zien. Of minimaal €9,33 per uur. De verjaardag van het minimumloon was voor CBS aanleiding om eens een paar bonen op een rij te leggen, en zo weten we nu dat 6% van de werknemers het minimumloon kregen, en dat dit percentage al decennialang redelijk stabiel is. De grootste groep minimumschrapers zijn jongeren (20% van de werknemers tussen de 20 en 25 jaar) en luitjes in die als uitzendkracht (14% van de werknemers) en/ofin de horeca (10%) werken. We vermoeden dat er wel een Venndiagrammetje is te tekenen voor deze twee groepen. Overigens, als u denkt dat Nederland met de invoering van het minimumloon een mooi staaltje van progressief sociaal-democratisch beleid als voorbeeld voor de wereld mag dienen, dan heeft u het mis. In landen als Nieuw-Zeeland en Australië werd het wettelijk minimumloon al veul eerder ingevoerd (1894 en 1896) en zelfs het kapitalismebolwerk Amerika ging al in 1938 overstag. Nederland was dus best laat met de invoering van het minimumloon. Ook geinig: Scandinavische landen we die doorgaans zien als progressieve sociaaldemocratische bolwerken (Zweden, Denemarken, Finland) hebben helegaar geen wettelijk minimumloon. Daar vechten de werkgevers en werknemers via de cao uit wat er per sector minimaal gelapt moet worden. Dat schijnt daar nog te kunnen, via sterke vakbonden enzo, maar gelukkig laten we dit hier aan de wetgever over. Normaal gesproken hoeft de staat zich niet echt te bemoeien met de economie, maar ervoor zorgen dat werknemers fatsoenlijk betaald worden, vinden we toch een vorm van beschaving. Beetje jammer dan wel dat het minimum ook wel echt minimaal is, want met die €1615,90 bruto slaat u natuurlijk nog geen deuk in een pakje boter. Maar of het bijbehorende toeslagencircus dan ook tot ‘een stukje beschaving’ gerekend moet worden, daar hebben we dan weer zo onze bedenkingen bij. 

Linktip: Energie vergelijken