39 resultaten - gesorteerd op:
Datum
 | 
Relevantie
#keurmerken

SGP kan sugardaddy's niet tegenhouden

Schakelen we nu over naar het dossier sugardaddy-dating. In september vorig jaar ontstond enige ophef omdat sugardaddywebstek Rich Meet Beautiful in vijf studentensteden een campagne startte - met rijdende billboards en alles - om studentes te ronselen. Die kunnen dan naar eigen inzicht 'tijd doorbrengen' met een rijke oudere of misschien zelfs wel jongere man die betaalt, zodat 'een wederzijds voordelige relatie' ontstaat. Ook wel een 'uitwisseling van emotionele behoeftes', zoals de Noorse oprichter Sigurd Vedal het treffend verwoordt. Met dit alles kreeg Vedal, in navolging van een hoop Belgen en Fransen, een stel Amsterdamse raadsleden en natuurlijk de landelijke christelijke partijen op de kast. Want het leek toch allemaal verdacht veel op een dekmantel voor prostitutie. Een RamBam-uitzending was voor de SGP en het CDA de druppel en leidde tot Kamervragen. Stas Mark Harbers (Justitie en Veiligheid) antwoordt nu echter dat hij niet zoveel problemen met deze online-sugardating ziet. Ja, hij kan zich 'voorstellen dat contact via dergelijke websites kan leiden tot seksuele handelingen'. Maar da's natuurlijk niet strafbaar zolang beide partijen groen licht geven. En 'dat het contact via een sugardating website is gelegd maakt het niet anders dan contactlegging via Tinder, Facebook of gewoon een fysieke ontmoeting in een café'. Verder heeft het Openbaar Ministerie niets gehoord over misstanden en komt er daarom geen nader onderzoek. En die rijdende billboards dan? Daarvoor wijst Harbers dan weer naar gemeenten, die zo nodig kunnen handhaven. Wat rest is de tip van de staatssecretaris om bij het online daten toch vooral te letten op, jawel, het Keurmerk Veilig Daten. En passant vermeldt hij er ook nog even bij dat Rich Meet Beautiful niet zo'n onderscheiding heeft. Daar zal de welgestelde man die op zoek is naar een intelligente gesprekspartner in elk geval niet om malen. 

Kijk nou. Keurmerken brengen bergen met geld op

Het is altijd oppassen geblazen met keurmerken in de supermarkt. Er zijn er namelijk een hele hoop, er zijn nog steeds geen wettelijke regels voor het opzetten ervan en ook blijken de voorwaardes om dergelijke stempels uit te delen toch wel heel vaak nergens op te slaan. Het absolute summum daarvan is natuurlijk het welbekende en inmiddels gesloopte Vinkje, waarover eigenlijk alles gezegd is als ter sprake komt dat deze op calorierijke pakjes Fristi prijkte vanwege de aanwezigheid van een aardbeimolecuul. Maar we weten ook dat keurmerken goud zijn voor de verkoop en de prijzen weldra de weg omhoog volgen. Nieuwe cijfers van onderzoeksbureau IRI (pdf) bevestigen vandaag deze ijzeren wet. Dat duidt keurmerkproducten strelend als 'voeding met een onafhankelijk gecontroleerde duurzaamheidsclaim' en legde zijn vergrootglas boven alle supermarkten behalve Aldi en Lidl. Verder nam het deze keurmerken mee. U gelooft het niet, maar de omzet van die productenberg groeide in het eerste halfjaar van 2017 met 29%. Als u nog niet verbaasd was, leg dan eens de groeicijfers van 2015 (16%) en 2016 (27%) ernaast. De grote motor is varkensvlees, dat voor €172 miljoen van de groei van €370 miljoen zorgt. Sowieso laaft iedereen zich aan vlees met een keurmerk, getuige het plusje van €143 miljoen (ofwel +309%). Over heel 2017 komt de totale verkoop van deze keurmerkproducten waarschijnlijk uit op zo'n €3,5 miljard, zegt het bureau. En de grootste keurmerkspeler? Dat is Beter Leven, dat met sterren aangeeft hoeveel beweegruimte leghennen bijvoorbeeld hebben. Verplaats uw aandacht naar het tabelletje boven voor meer klinkende cijfers. Wij zouden daarentegen graag een tegeltjeswijsheid uit de reaguurderspanelen aan willen halen: het beste keurmerk is nog altijd uw gezonde verstand.

Ga eens dood, de uitvaartondernemer moet ook eten

Waarheen, waarvoor en waarom lijken uitvaartondernemer steeds meer hun eigen clientèle te worden omdat ze praktisch doodgaan van de honger? Nou, de afgelopen tien jaar is het aantal uitvaartondernemers met 80% gegroeid. Op dit moment zijn het er bijna 2000. Dat is op zich niet zo gek: iedereen en zijn wegkwijnende moeder dacht dat de vergrijzing een zakelijk buitenkansje was. Daar komt nog bij dat mensen die een naaste hebben verloren, vaak merken dat persoonlijke begeleiding een enorm verschil maakt. Dus ze zeggen en masse hun baan op om iets voor andere mensen te betekenen en daar nog aan te verdienen ook. Loffelijk, maar de werkelijkheid blijkt iets weerbarstiger. Door die enorme groei is er geen droog brood te verdienen in de lijkenbusiness. Daar komt nog iets anders bij: de verhalen over vergrijzing en massasterfte blijken zwaar overtrokken. Of beter gezegd: 'Het aantal uitvaartondernemers groeit daarmee relatief veel harder dan de totale omzet van de uitvaartbedrijven en het aantal sterfgevallen. De omzet is tussen 2010 en 2015 slechts 10% gestegen tot €1,15 miljard. De eerste reden dat die minder hard stijgt dan het aantal ondernemers is de groeiende populariteit van de budgetuitvaart, een sobere begrafenis- of crematieplechtigheid onder de €4000.' Ook zouden van die bijna 2000 uitvaartondernemers slechts 300 een keurmerk hebben. Nu zijn we niet van de keurmerken, maar dit is wel opvallend: om er voor in aanmerking te komen, moet je jaarlijks minimaal 25 uitvaarten verzorgen, zo'n twee per maand dus. De overgrote meerderheid haalt dat dus niet. Wij ruiken een beunhaas, een heleboel zelfs. Maar goed, zo is de markt. Voor nooddruftige begrafenisondernemers willen we tot slot nog wel een ideetje kwijt. Grafkistenmakers doen het ondanks alles best aardig. We hebben ook al een naam en een slogan: PreFatal, dè kistendiscounter van Nederland. Graag gedaan en groeten aan Charon.

Paupers snappen financieel advies niet

Het Nibud komt vandaag met een wonderlijk onderzoek naar financieel advies op de proppen. Mensen vinden adviseurs te duur, blijken nog steeds adviseurs in te schakelen voor uitvaartverzekeringen (trap er niet in!), raken compleet in de war door onduidelijke info op het internet, vertrouwen adviseurs niet. What else is new, horen wij u nu denken en mocht u desondanks geïnteresseerd zijn in de vraag of keurmerken bijdragen aan het vertrouwen van consumenten, dan klikke men hiero (spoiler: niks). Bij nadere bestudering blijkt dat het onderzoek door Aegon is gefinancierd en dat de verzekeraar antwoord wilde hebben op de vraag of de mensen zin hebben in de mogelijkheid om via Digid financiële gegevens te delen met hun financieel adviseur. Dat scheelt een kluit werk en dus geld: de klant hoeft geen kopietjes op de bus te doen, de adviseur hoeft de gegevens van die kopietjes niet over te tikken in zijn software-pakket, de klant hoeft de door de adviseur ingetikte gegevens niet te kruiscontroleren met de stukken die hij op de post heeft gedaan. En men hoeft niet kansloos naar het klachteninstituut als ergens op de lijn gegevens blijken af te wijken (pdf). Financiële instellingen zijn hier uiteraard mee bezig, onder meer met het stroomlijnen van hypotheekadvies en PSD2, want we leven per slot van rekening in de 21ste eeuw. We zitten hier nog even te denken waarom Aegon deze ronduit overbodige vraag stelt, maar hopelijk lezen we het antwoord zo in de comments (aluhoed: elders in het onderzoek pleit Nibud voor een sociaal fonds om financieel zwakkeren financieel-advies-subsidie te kunnen geven. Einde aluhoed en overige comments over het levensgevaarlijke duo internet en privacy ook welkom, maar niet per se nodig). Enfin. Wie zijn er nu tegen het idee om zaken wat handiger te organiseren? Juist, 'mensen die moeilijk kunnen rondkomen vinden de optie minder aantrekkelijk'. Die spreken liever persoonlijk met de adviseur, want 'dan heeft men het gevoel meer grip op de eigen gegevens te houden en niet alles uit handen te geven'. Voor deze mensen hebben we goed nieuws. U kunt hier namelijk anoniem het gratis budgettooltje van het Nibud invullen (het tooltje babbelt alleen niet terug, dat is inderdaad jammer), meer advies heeft u niet nodig. Kan de rest weer digitaal door.

Herziening Nafta kan Amerikanen armer maken

De Amerikaanse regering heeft een probleem met Nafta. Dat is een handelsverdrag tussen de VS, Canada en Mexico, dat volgens de regering verantwoordelijk is voor het verlies van miljoenen honest jobs. De oplossing zou een beperking van het verdrag zijn, bijvoorbeeld door importtarieven. Maar daarin schuilen twee met elkaar samenhangende problemen: in de eerste plaats veronderstelt het eigenlijk een volledig nationaal productieproces. 'Made in America' betekent daarin dat elk klein onderdeeltje van bijvoorbeeld een auto in de VS (of exclusief in Mexico) is gemaakt. Dat is niet zo, want auto-onderdelen komen van over de hele wereld. Dat betekent dat een auto die in Michigan in elkaar is geschroefd, ook buitenlandse onderdelen heeft, bijvoorbeeld uit Mexico. Als de Amerikaanse tariefmuren optrekt, schaadt dat binnenlandse bedrijven. Die betalen de prijs. Dat betekent - in de tweede plaats - dat 'Made in America'-producten duurder worden. Dat is wellicht geen direct probleem voor de Amerikaanse consument (en producent), want ook auto's uit Mexico worden duurder. Maar de wereld is groter dan de VS. Ze willen hun auto's ook in de rest van de wereld verkopen. Een concurrerende prijs op de wereldmarkt bieden is een stuk lastiger als je ook de kosten van importtarieven in je eindproduct moet verdisconteren. Dus nee, geweldig goed zou een Trumpiaanse herziening van Nafta voor de mondiale Amerikaanse concurrentiepositie niet zijn. Het gevolg is dat dat banen kost, in plaats van oplevert. Wie niet kan concurreren, gaat namelijk kopje onder. Dit is dan ook precies wat Amerikaanse bedrijven vrezen die werken met onderdelen zonder Van Vreemde Smetten Vrij-keurmerk. Als alles tegenzit, gaan die tariefmuren precies de schade berokkenen die de Amerikaanse regering wilde repareren.

Haha! KNVB wil graaimakelaars te lijf met keurmerk

BAM! Keiharde actie deze week vanuit de Zeister bossen. De KNVB verklaart de oorlog aan louche beunhazen die zich voordoen als zaakwaarnemer in de voetbalwereld. Eerste wapenfeit: een keurmerk voor spelersmakelaars. ‘Spelers, clubs en ook trainers kunnen nu afleiden welke organisaties staan voor een bepaalde kwaliteit en integriteit’, houdt bondsbestuurder Mark Boetekees het lekker vaag. Want wat die ‘bepaalde kwaliteit en integriteit’ precies behelst, blijft onduidelijk. Maar de KNVB klopt zichzelf graag op de borst: We lopen voorop in Europa!
Vanwaar opeens dit keurmerk? Tot 2015 werden spelersmakelaars gereguleerd door de FIFA. Zaakwaarnemers moesten een examen doen, wie slaagde kreeg een FIFA-licentie. Bij ruzie over transferdeals deed de FIFA de arbitrage. Maar dat vonden ze bij de wereldvoetbalbond maar een hoop gedoe, voor iets waar geen verdienmodel achter zat. Veel transfers werden al gedaan door spelersmakelaars zonder licentie. Kwestie van een krabbel laten zetten door een wel geregistreerde collega. Bovendien hadden Blatter c.s. destijds wel wat anders aan het hoofd. Dus werd besloten het hele licentiesysteem af te schaffen. Sinds 1 april 2015 kan iedereen die dat wil aan de slag als intermediair. Zonder examen. Even een VOG en €450 inschrijfgeld naar de KNVB brengen en klaar is kees. Het resultaat: de markt wordt overspoeld door gelukszoekers (filmpje). Niet zo gek ook. Want de transfermarkt is big business. Wat cijfers op een rij. In de zomer van 2012 werd door alle clubs samen ruim US$ 2 miljard uitgegeven aan transfersommen. Vorig jaar zomer liep dat al richting de 5 miljard. Wat je noemt booming business.

omvangtransfermarkt.png
(bron: Fifa Global Transfermarkt report)




Lees verder

Inburgering is een zooitje. Asscher is ook 'niet tevreden'

Schokkende conclusie van de Algemene Rekenkamer in een onderzoek naar de effecten van de Wet inburgering 2013 (Wi2013). Deze wet die sinds 2013 van kracht is, werkt minder goed dan de wet die daarvoor van kracht was (de Wi2007). Slechts een derde van de migranten is na drie jaar geslaagd voor de inburgeringstest, dat is de helft minder dan in 2007. Nee, natuurlijk is dat geen schokkende conclusie. Want wij schreven al eerder over de matige slagingspercentages van cursisten, het gebrek aan toezicht op de cursusaanbieders ondanks of dankzij het boterzachte Blik op Werk-keurmerk met alle gevolgen van dien. In oktober vorig jaar zagen we dat het slagingspercentage onder asielzoekers nauwelijks vooruit was gegaan. De conclusies van de Rekenkamer in het kort: DIT IS DE SLECHTSTE WET EVER OOIT. Uiteraard komt de Rekenkamer ook met een aantal aanbevelingen voor de minister van SZW Lodewijk Asscher. Eén van die aanbevelingen is dat er weer meer toezicht op de inburgeringsactiviteiten moet komen door gemeenten. Dan kunnen gemeenten weer een advies op maat geven aan individuele migranten. Simpel gezegd is de hoge mate van eigen verantwoordelijkheid die de migranten nu hebben voor hun inburgering geen succes gebleken. Daarbij werken de mogelijke boetes mogelijk ook als 'perverse prikkel', waarmee wordt bedoeld dat migranten de makkelijkste instapcursus kiezen omdat de kans groter is dat men daarvoor slaagt. Die andere gestelde sanctie, het intrekken van de verblijfsvergunning als men niet slaagt, is in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar. Aan Asscher (of zijn opvolger) de taak om een betere oplossing te vinden. In een reactie aan het NOS Journaal wijst Asscher op het verhoogde budget van €1000 naar €2370 euro per asielmigrant dat gemeenten kunnen gebruiken voor maatschappelijke begeleiding. Aangezien deze budgettaire aanpassing reeds eind 2015 is doorgevoerd kunnen we niet zeggen dat dit veel zoden aan de dijk heeft gezet. Maar dat de Wi2013 heeft gefaald is nu wel duidelijk. Zelfs de man die vier jaar achter de knoppen heeft gezeten erkent dit nu. Een beetje. Even afwachten wie de rommel straks mag opruimen. Er hebben zich inmiddels weer 700 nieuwe kandidaat-cursisten in ons land gemeld. De reactie van Asscher aan de NOS hieronder en voor de leuk ook nog een item van Arjen Lubach over het inburgeringsfiasco. Vinden we Lubach toch iets overtuigender.

Lees verder

Kijk! Nog een compleet zinloos Europees initiatief

Heftig nieuws van de Algemene Rekenkamer vandaag dat een rapport uitbrengt over het Europese systeem van CE-markeringen. Wat voor markeringen? Mogelijk heeft u zo'n CE-logo wel eens onbewust ergens aangetroffen. CE staat voor Conformité Européenne, ofwel ‘in overeenstemming met de Europese regelgeving’. Zo'n CE-logo hoort aan te geven dat een product voldoet aan de Europese regels wat betreft veiligheid, gezondheid en milieu (meer uitleg van Rijksoverheid hierrr). Het is voor veel producten zelfs verplicht om zo'n logo te hebben om in de EU te koop te worden aangeboden. Maar u raadt het al: dat wil niet zeggen dat het product echt veilig is. 'Desondanks worden er gemiddeld elk jaar 800 producten die onder het CE-systeem vallen van de Europese markt gehaald, omdat ze onveilig of ongezond zijn', aldus de Rekenkamer. Want, zoals u ook op rijksoverheid.nl kunt lezen: 'fabrikanten moeten vaststellen of een product aan de eisen voldoet.' WHAT COULD POSSIBLY GO WRONG? Sommige producten moeten wel worden getest, maar vaak zijn die onafhankelijke testers niet heel betrouwbaar en net zo vaak hoeft een fabrikant niemand in te schakelen. En dat is nog niet alles, want daarnaast is er helegaar niet genoeg mankracht om alle producten die in ons land worden gemaakt danwel worden ingevoerd uitvoerig te kunnen testen. Ellende! Klinkt als dat keurmerkvinkje dat mensen moest helpen om in de supermarkt een 'gezonde' dan wel 'bewuste' te laten maken, zegt u? Dat ziet u verkeerd, want het CE-merk is géén keurmerk maar een ‘paspoort’ voor een product', dat het vrij verhandelbaar maakt op de Europese markt.

Lees verder

Kijk eens aan! Het keurmerk-vinkje verdwijnt

Zoals u weet zijn die groen en blauwe vinkjes op levensmiddelen een duister complot marketingtool van Unilever, Campina, Friesland Foods en sinds 2011 Albert Heijn om producten meer te laten opvallen in het supermarktschap. Want een blikje Cola Light mét vinkje is niet gezonder dan een blikje Cola Light zónder vinkje. Enfin, dat heeft Arjen Lubach ook al eens uitgelegd. Het communicatieadviesbureau Schuttelaar en Partners probeerde nog naar aanleiding van de uitzending van Lubach tegensputterde en diens rol achter de vinkjes probeerde te marginaliseren, maar uiteindelijk was dit tevergeefs. Niet veel later mengde ook de Consumentenbond zich in de discussie. De bond zei dat uit onderzoek bleek dat consumenten de keurmerken niet begrijpen en omdat '(...)consumentenbegrip een wettelijke voorwaarde is voor de goedkeuring van het Vinkje als voedselkeuzelogo. Daarom roepen wij minister Schippers op de verlenging van het Vinkje per 1 mei 2016 tegen te houden'. Die termijn is inmiddels verstreken, maar vandaag leren we dat Schippers de vinkjes alsnog de nek omdraait. Of nou ja, in plaats van een keurmerk op producten komt er nu een app, 'die consumenten de juiste informatie biedt over de samenstelling en de voedingswaarde van producten' om zo objectieve en heldere informatie op maat te geven. Want wat voor de één gezond is, is voor de ander ongezond, zegt de minister van Keurmerken, bijvoorbeeld doelend op allergieën. Hoezo? Als u een pinda-allergie heeft kunt u straks via de app zien dat het onverstandig is om pindakaas te kopen. Handig! Overigens: 'Er wordt wel onderzocht welke toegevoegde waarde het gebruik van een logo kan hebben naast de app.' Daar gaan we weer. Daarnaast duurt het nog een jaar voordat de vinkjes echt verdwenen zijn. Bovendien zijn we er nog lang niet , want naast de gezondere en bewuste keuzes is er hiermee in het woud aan keurmerken nog lang geen gat geslagen.

Inburgering: €650 miljoen euro, 38% van asielzoekers geslaagd

Goed nieuws vandaag van Asscher: het aantal nieuwkomers dat voldoet aan de inburgeringsplicht neemt gestaag toe, zegt hij in een brief aan de Tweede Kamer. Zoals u van ons weet, is er nogal wat te doen om de inburgeringsplicht. Zo is het slagingspercentage nogal matig. In april zei Asscher dat van de inburgeraars die in 2016 het examen moeten halen, 32% geslaagd was. Wij nuanceerden dat vervolgens door de 53.000 nieuwkomers uit 2013, 2014 en 2015 samen te voegen. Terwijl Asscher de absolute termijn van drie jaar aanhoudt die een nieuwkomer mag gebruiken om zijn examen te halen, hoeft dat niet. Van de instromers uit 2013, 2014 en 2015 bleek dat ruim 47.000 nog moest voldoen aan de inburgeringsplicht, wat neerkomt op een slagingspercentage van 10%. Nu komt Asscher met een nieuw percentage: het aantal geslaagden steeg van 32% afgelopen april naar 49% in oktober. Kijken we even naar de cijfers uit de brief van Asscher.

Lees verder
Linktip: Energie vergelijken