De wetenschappelijke 1%

Het toppunt van mentale masturbatie voor ijdele wetenschappers is de grootte hoogte van hun score op de Hirsch-index. Deze index meet de impact die publicaties op de wetenschappelijke gemeenschap hebben. Een uitstekende manier om je score te verbeteren is door veel te publiceren en af te spreken dat bevriende wetenschappers je noemen, volgens het zogenaamde Noem jij mij, dan noem ik jou-principe. Een hoog Hirsch-cijfer is praktisch een garantie voor bakken met onderzoeksgeld. Uit nieuw onderzoek blijken de bizarre bijwerkingen van deze publicatie- en citatiedrang. Minder dan 1% van alle wetenschappers had tussen 1996 en 2011 hun namen op maar liefst 41,7% van alle publicaties staan. Deze 1% is ook de wetenschappelijke toplaag die in elk jaar één of meer stukken publiceerde. Dit zijn grofweg 150 duizend mensen, op een totale populatie van meer dan 15 miljoen onderzoekers. Uitsplitsing van de cijfers laat echter zien dat wetenschappelijke toppers op het werk van anderen teren. 'There were 68,221 scientists publishing at least 2 papers each and every year, 37,953 publishing at least 3, 23,342 publishing at least 4, 15,464 publishing at least 5, and only 3,269 scientists publishing at least 10 papers each and every year in 1996–2011.' Het helpt je Hirsch-cijfer op te pijpen, maar deze wetenschappers maken ons niet wijs dat ze al die artikelen zelf geschreven hebben. Integendeel, het zou ons verbazen als deze veelpubliceerders alle artikelen waar hun naam op staat, hebben gelezen. Dit kunnen verder bona fide mensen zijn, maar de obsessie met publicaties maakt ze veel groter dan ze daadwerkelijk zijn. De kans is namelijk heel groot dat wetenschappers met dit soort publicatielijsten onderzoeksgroepen leiden of aan het hoofd staan van laboratoria. En de mensen die nauwelijks publiceren - en dus nauwelijks geciteerd worden - zijn de promovendi die het vuile werk opknappen omdat ze onderaan de wetenschappelijke keten staan. De Hirsch-index zegt vast iets over wetenschappelijke merites, maar de scores zijn ook indicatief voor de bereidheid om wetenschappelijke slavenarbeid te gebruiken.

Reaguursels

Inloggen

Eerste auteur is doorgaans de promovendus, laatste de groepsleider. Die meerdere promovendi heeft (dis van zijn budget onderzoek mogen doen) en dus vaker op een artikel staat dan dan degene die de proeven doen ja. Groter probleem is dat weblogs, kranten en andere lijstjesmakers zich graag blindstaren op dit soort dingen.

De Veroorzaker | 14-07-14 | 17:05 | + 0 -

Het komt door perverse prikkels: veel publiceren in toonaangevende tijdschriften is een eis die bureaucraten aan wetenschappers stellen. Dus krijg je publiceer-inflatie. Net zoals de universiteit meer geld krijgt als ze meer studenten een titel laten behalen: dan krijg je titelinflatie, en slechte scripties. Want als je consciëntieus zou handelen (studenten onvoldoende geven, minder maar degelijker publiceren) dan word je achtergesteld bij je collega's die meer studenten afleveren en meer publiceren. Zo ook wordt de politie gedwongen om liever bonnen te schrijven dan boeven te pakken. Het ene levert meer geld op dan het andere. Kortom, kwantiteit is de vijand van kwaliteit geworden, zoals op meer plekken in de maatschappij.

dr Rechts | 14-07-14 | 16:02 | + 2 -

De mentaliteit van Europa is op een heel laag punt. We zijn economisch lui zoals duitse herder al schreef. In Europa is er gewoon weinig interesse, geen controle en wanneer je fraudeert dan heb je je vriendjes voor een andere baan. In de US wordt je voor de rechter gesleept vanwege fraude in Europa krijg je een andere baan........

Don vinnie | 14-07-14 | 10:22 | + 2 -

Wat me ooit nog wenkbrauwen deed optillen toen ik voor het eerst in aanraking kwam met de wetenschap was het "zwaan kleef aan" principe.
Co-auteurs, co-schrijvers, je best doen om een al gelauterde prof op je papiertje te krijgen, etc. Het was bij vlagen vingeren, likken en ellebogen wat de klok sloeg.
En de helft was natuurlijk bij elkaar ge-copy-pasted. Statistiek en onderzoek kan erg mooi zijn, maar je kunt helaas nooit zonder scepsis resultaten waarderen.

datzouzomaarkunnen | 14-07-14 | 07:36 | + 2 -

kleuterleider | 13-07-14 | 23:09

Mensen zijn economisch lui. Heeft veel te maken met de groepssamenstelling en de moraliteit binnen de cultuur van het land.

duitse herder | 14-07-14 | 06:49 | + 0 -

Zo heeft het altijd gewerkt en zo zal het blijven... deze wereld is te klein voor anderen dan wetenschappers.
duitse herder | 13-07-14 | 15:58 | + -1

Dat lijkt misschien zo, maar in andere landen zoals de US en de UK is de prikkel tot volume en het verhogen van de H-index kleiner.

kleuterleider | 13-07-14 | 23:09 | + 0 -

Er toch het beroemde geval van meneer Abe of zoiets: Dat is de eerste van de standaardlijst die het CERN er steeds op zet. Alle citaties van CERN-artikelen zijn dan Abe et al (4000 anderen).

Overigens hoef je niet veel te publiceren om veel geciteerd te worden. Er staan artikelen in citatielijsten die al weg geschimmeld zijn in alle bibliotheken (Dan heeft de schrijver alleen ergens een samenvatting gelezen).

frank87 | 13-07-14 | 22:09 | + -1 -

De gemiddelde hoogleraar is meer bezig met zich te verantwoorden dan met onderzoek doen. Op die manier ben je wel gedwongen tot het uitbuiten van aio's en postdocs die op hun beurt ook weer niet anders kunnen.

dr. P. von Orno | 13-07-14 | 18:52 | + 3 -

Dit is een van de problemen met de wetenschappelijke wereld. Hierdoor is het een ivoren toren cirkel jerk kliekje. Waar overigens niet alleen de wetenschappelijke wereld mee kampt. Maar dat terzijde.

Clemsel | 13-07-14 | 17:36 | + 5 -

De wetenschappelijke 1% heeft niets met de Hirsch-index te maken, maar de WKIIDVP-index.

De Wie Ken Ik In De Vriendjes Politiek-index.

99% van de hoogleraren aan de hoofdstedelijke universiteiten, en dan met name de Maatschappijwetenschappen, wordt zo benoemd.

Snackbar van Allah | 13-07-14 | 17:02 | + 15 -

Zo heeft het altijd gewerkt en zo zal het blijven... deze wereld is te klein voor anderen dan wetenschappers.

duitse herder | 13-07-14 | 15:58 | + -2 -

REAGEER OOK

Linktip: Energie vergelijken